Zo langzamerhand mijn gêne voorbij, durf ik er voor uit te komen dat ik ooit op het politiebureau aangifte heb gedaan voor mijn gestolen auto. Wantrouwend als schoonfamilie kan zijn, zocht mijn schoonvader de plaats delict op en zag daar mijn auto onaangeroerd staan. Ik had mij in de twee parallel lopende, identieke lanen vergist.
Nadien heb ik ook heel wat meters in parkeergarages afgelegd, wat mogelijkerwijs mijn enthousiasme voor wandeltochten heeft aangewakkerd. Tegenwoordig laat ik mij echter niet meer foppen. Als het er al niet op staat, schrijf ik de juiste positie van mijn auto op het parkeerkaartje. Maar ja….
Vandaag ging ik ‘even’ naar een bouwmarkt, waar op de royale parkeerplaats alle ruimte was om te parkeren. Nog geen kwartier later liep ik al weer richting mijn auto, op afstand al drukkend op de afstandsbediening van het slot. Geen reactie. Paar passen dichterbij, opnieuw, geen reactie. Pal naast mijn auto de laatste poging via de afstandssleutel. Totaal geen reactie. Jemig, moet juist nu het batterijtje leeg zijn.
Wat een geluk dat er nog één ouderwets slot in het portier aan de chauffeurskant zit. Maar ook deze mechanische poging mijn portier te openen lukte niet. Een passant wist te bedenken dat het slot wel bevroren zal zijn, omdat het nooit langs ouderwetse weg wordt gebruikt. Het klonk aannemelijk. Het zal dus toch langs de afstandelijke weg dienen te geschieden. Dus, terug de bouwmarkt in. De hulpvaardige verkoper van een kwartiertje terug was wederom behulpzaam. Met een schroevendraaier opende hij het sleuteltje om uit het hart van de afstandstechniek de energiebron op te halen. Wat een pech, dat type batterijtje verkochten zij niet.
Zonder het batterijtje op energie na te meten, “nee, meneer dat kunnen wij helaas niet”, kreeg ik de dichtgeschroefde sleutel terug. “Ja, laat het ‘lege’ batterijtje maar in de sleutel zitten”. Heel klantvriendelijk zocht hij het telefoonnummer van mijn dealer op. “Wat is uw kenteken, meneer Kroon.” “Uhhh, moet ik even terug naar m’n auto lopen…” “Oké…, ohh, een ogenblikje, dan neem ik eerst even een ander lijntje…”
In die tussentijd liep ik terug naar ‘mijn auto’ en las het kenteken op: “13, mijn kenteken begint toch niet met 13?! Ik weet vrijwel zeker dat dit ongeluksgetal niet bij mijn auto hoort”. Aan de andere kant van de telefoon was mijn dealer (gelukkig) nog met een andere klant in gesprek. Vertwijfeld keek ik om mij heen. Nog geen 10 stappen verder stond precies dezelfde auto, in precies dezelfde kleur met nagenoeg hetzelfde kenteken. Alleen begon het niet met 13 maar met 15.

Door mijn autosleutel nu op deze wagen te richten, begon ie vrolijk met zijn lichten te knipperen. Uitnodigend kon ik zonder enige moeite het portier openen. “Nou, nee meneer de dealer. Als u het niet verder vertelt zal ik u zeggen wat er is gebeurd.” Weliswaar discreet, maar niet zonder te gniffelen, wenste hij mij ‘op afstand’ een prettig weekend.